De grens is óók van de leider
Meteen maar een ontboezeming. Een paar jaar geleden had ik dit waarschijnlijk niet geschreven. Woorden als begrenzen en normeren gebruikte ik nauwelijks. Mijn taal over leiderschap ging vooral over ruimte geven, vertrouwen, eigenaarschap en professionals serieus nemen. Over niet te veel sturen en niet denken dat jij overal het antwoord op hebt. Daar geloof ik nog steeds in. Maar mijn ervaringen in het begeleiden van leiderschapsprogramma’s bij gemeenten, onderwijs en waterschappen hebben daar wel iets aan toegevoegd: meer aandacht voor de grens van die ruimte.
Van ruimte geven naar begrenzen
Want wat ik in organisaties zie, is dat er vaak veel ruimte wordt gegeven, terwijl lang niet altijd duidelijk is waar die ruimte ophoudt. Leidinggevenden luisteren, halen op en nemen mensen mee, maar aarzelen soms om gewoon te zeggen wat de bedoeling is of waar het op staat. Gedrag dat niet bijdraagt wordt (te) lang gedoogd, besluiten komen opnieuw ter discussie omdat niet iedereen zich erin kan vinden en onderpresteren blijft soms eindeloos een ontwikkelvraag waar omheen wordt georganiseerd.
Dat kun je mensgericht of verbindend leiderschap noemen. Maar soms is het vooral uitstel van ongemak, het uit de weg gaan van ‘de plek der moeite’. Begrenzen en normeren klinken al snel als controle, hiërarchie en ouderwets management. Toch horen ze wat mij betreft nadrukkelijk bij leiderschap. Leiderschap is richting geven, ruimte bieden én begrenzen. Dus ook durven zeggen: hier ligt de grens.
De plek der moeite vermijden
Dat vraagt iets van een leidinggevende. Zodra je normeert, maak je jezelf zichtbaar. Je neemt positie in en zegt wat je onder goed werk verstaat, welk gedrag je acceptabel vindt en wat je van mensen verwacht. Daar kan iemand het mee oneens zijn. Precies daar zit volgens mij een deel van het leiderschapsongemak dat ik tegenkom. We willen dat mensen zich gehoord voelen, betrokken zijn en verantwoordelijkheid nemen. Terecht. Maar goed leiderschap betekent niet dat iedereen zich in ieder besluit moet kunnen vinden. Gelijkwaardigheid betekent ook niet dat iedereen dezelfde verantwoordelijkheid draagt. Soms ligt die nadrukkelijk bij de leidinggevende: een norm bewaken, een patroon doorbreken of zeggen dat iets voldoende is besproken en dat je een besluit neemt.
Als je dat niet doet, verdwijnt de norm trouwens niet. Die wordt alleen ergens anders bepaald: door informele macht, door degene met de grootste mond of simpelweg door wat jarenlang wordt gedoogd. Dat is niet vanzelf vrijer en al helemaal niet veiliger. Ik ben leiderschap daarom steeds meer gaan zien als het ambacht van bewegen tussen richting, ruimte en begrenzing. Richting zonder ruimte wordt enkel sturing. Ruimte zonder richting wordt zoeken. En ruimte zonder begrenzing wordt vrijblijvendheid of leegte, zoals een oud-collega dat mooi verwoordde.
Balanceren tussen richting, ruimte en begrenzing
De kunst zit dus niet in zoveel mogelijk loslaten, maar in weten wat je kunt loslaten en wat je als leider niet mág loslaten. Soms vraagt dat om een goed gesprek, soms om een heldere afspraak of een ferm besluit. Begrenzen is daarmee niet het tegenovergestelde van mensgericht leiderschap. Het uitblijven ervan kan juist onduidelijk, onveilig en uiteindelijk weinig mensgericht zijn.
Wie ruimte wil geven, moet ook durven zeggen waar die ruimte ophoudt.
Meer weten over hoe wij jouw organisatie kunnen ondersteunen bij leiderschapsontwikkeling? Neem dan contact met me op.
Auteur
