Het concept van de groeicultuur vindt zijn wortels in het werk van Mary Murphy, die in haar boek Cultures of Growth overtuigend laat zien dat groei niet louter een individuele mindset is, zoals Carol Dweck eerder beschreef, maar een collectieve kracht. Een organisatie groeit wanneer zij een omgeving creëert waarin mensen durven leren, fouten mogen maken en elkaar helpen beter te worden. Murphy laat zien dat het vermogen tot leren niet vastligt in individuen, maar wordt gevormd door de cultuur waarin zij werken.
De overtuiging dat iedereen kan groeien (mits de omgeving dat ondersteunt) is de kern. Leiderschap en cultuur bepalen het gedrag dat zichtbaar wordt, en juist in dat samenspel tussen mens en context ontstaat innovatie, vertrouwen en ethisch handelen.
Ook Edgar Schein biedt een belangrijke lens voor dit denken. Hij beschrijft cultuur als een gelaagd systeem. Aan de oppervlakte is dat zichtbaar in rituelen, symbolen en gedrag, eronder in waarden en overtuigingen en in de diepste laag in de onbewuste aannames die bepalen wat vanzelfsprekend lijkt. Wie werkelijk cultuurverandering nastreeft, moet die diepere lagen durven aanraken: het collectieve bewustzijn van wat men ‘normaal’ is gaan vinden.
De koppeling tussen deze wetenschappelijke inzichten en de dagelijkse praktijk vormt de basis van Rijnconsults visie op cultuurontwikkeling: leren is een collectieve vaardigheid ingebed in een cultuur van een organisatie, geen individuele ontwikkeling.