Tussen bits, bestuurders en bevlogenheid: Mijn eerste 500 uur bij Rijnconsult
Drie weken geleden stapte ik de wereld van Rijnconsult binnen. Inmiddels zijn mijn eerste 500 uren in het onderwijsteam een feit en als ik één ding bevestigd heb gekregen, is het dat het onderwijs nooit ‘af’ is. De afgelopen dagen wisselden de uitersten elkaar in hoog tempo af. De ene dag liep ik tussen de flitsende schermen en AI-tools op de IPON-beurs, de andere dag zat ik aan tafel bij bestuurders van PO- en VO-stichtingen waar de gesprekken gingen over de rauwe kern van de zaak: de leraar voor de klas en de kansen voor het kind.
Het wisselspel tussen technologie en onderwijspraktijk
Het is een fascinerend spanningsveld. Terwijl de technologische innovaties ons op een beurs als de IPON om de oren vliegen, blijft de grootste uitdaging in de bestuurskamer vaak pijnlijk analoog. Hoe houden we de menselijke maat in een systeem dat steeds vaker om vinkjes, data, AI en digitale platforms lijkt te draaien?
Bestuurders zoeken naar de bedoeling achter het systeem
Tijdens mijn gesprekken met bestuurders viel me op dat de roep om ‘terug naar de bedoeling’ luider klinkt dan ooit. En dat is precies waar mijn Rijnconsult-hart sneller van gaat kloppen. Wij kijken naar de sector door een Rijnlandse bril: een bril die focust op vakmanschap, vertrouwen en verbinding in plaats van louter op beheersing en controle.
High Tech versus High Touch in de schoolorganisatie
Neem de paradox van High Tech versus High Touch. Op de IPON zie je de belofte van efficiëntie door algoritmes. Maar een algoritme kan wel een leerachterstand signaleren, het kan niet zien waarom een kind die dag zijn dag niet heeft. De maatschappelijke impact van onderwijs zit hem in de pedagogische relatie. Technologie moet daarom het vakmanschap van de docent ondersteunen, nooit vervangen. In een Rijnlandse visie is de leraar de expert die de ruimte krijgt om die techniek als gereedschap te gebruiken, niet als keurslijf.
Lerarentekort en de vraag hoe je ruimte organiseert
Dit raakt direct aan een tweede hot-item: de paradox van de krapte. Het lerarentekort dwingt bestuurders tot creativiteit, maar de reflex is vaak om méér centrale sturing en strakkere kaders aan te brengen. De Rijnlandse weg kiest echter voor vertrouwen. Juist door de zeggenschap terug te leggen bij de teams op de scholen en de regeldruk te minimaliseren, maken we het onderwijs weer een sector waar vakmensen willen werken. Impact maken we pas als we de schaarste niet managen met controle, maar beantwoorden met autonomie.
Kansengelijkheid als opdracht voor het hele ecosysteem
Tot slot zag ik in mijn eerste weken de groeiende focus op kansengelijkheid als gezamenlijke opgave. Bestuurders voelen de maatschappelijke verantwoordelijkheid die verder gaat dan de muren van hun eigen stichting. Het gaat om het hele ecosysteem rondom het kind, van de voorschool tot de overstap naar het VO. Rijnlands denken betekent hier: verbinding maken over de grenzen heen. Door als partners, onderwijs, zorg en gemeente, samen te werken in plaats van als concurrenten, vergroten we de impact op de lange termijn.
Wat de eerste weken laten zien over besturen in onderwijs
Mijn eerste drie weken hebben me wederom laten zien dat de uitdagingen groot zijn, maar de energie om het anders te doen nog groter. Bij Rijnconsult geloven we dat de oplossing niet ligt in nóg een dik beleidsplan, maar in het versterken van wat er al is: de passie van de bestuurder, het vakmanschap van de leraar en de nieuwsgierigheid van de leerling.
Ik kijk ernaar uit om de komende tijd die verbindingen verder te leggen. “Goed onderwijs begint bij vertrouwen in de leerling, de leraar en de samenwerking daaromheen”.
We zoeken nog collega's!
Bekijk vacature
Auteur