De Omgevingswet: waarheen, waarvoor?

We krijgen één wet voor de hele leefomgeving. De Omgevingswet maakt het dan mogelijk om lokale vraagstukken ook echt lokaal op te lossen. De Omgevingswet houdt straks rekening met regionale verschillen, zoals stedelijke groei en bevolkingskrimp. Qua impact spreken sommigen over ‘de vierde decentralisatie’.
Los van de juridische veranderingen, talloze wetten, regelingen en artikelen worden gecomprimeerd in de nieuwe Omgevingswet, zijn de uitgangspunten interessant. We hebben ze kort op een rijtje gezet:

  • Eenvoud en efficiëntie. Geen eindeloze procedures, voorspelbare en transparante regelgeving.
  • Zekerheid en dynamiek. Bescherming van burgers, maar niet alles bij voorbaat dichttimmeren.
  • Duurzame ontwikkeling. Stimuleren van een duurzame samenleving.
  • Regionale verschillen. Regionaal maatwerk.
  • Actieve en kwalitatief goede uitvoering. Bestuurders prikkelen tot actief in plaats van defensief gedrag op basis van vertrouwen en verantwoordelijkheid.

Instrumenten die daarbij vanuit de nieuwe Omgevingswet ingezet kunnen worden vanuit de gemeente zijn de omgevingsvisie, programma’s, decentrale regelgeving, de omgevingsvergunning en het projectbesluit.
Met de overgang van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan, is het zaak nu al (nog) meer integraal te kijken naar alle ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en daarbuiten. Het gaat erom of de gemeentelijke organisatie zelf integraal kan denken over haar ruimtelijke vraagstukken en daar adequaat naar kan handelen. Ook op het gebied van netwerkorganiseren moeten veel gemeenten nog een extra slag maken in de relatie tot hun regionale partners, zoals provincie, waterschappen, buurgemeenten en andere organisaties. De samenwerking zal veel intensiever zijn en meer juridische consequenties kunnen hebben.

De Omgevingswet zal zoals het er nu uitziet in 2019 in werking treden. Voor nu hebben we een aantal tips voor uw gemeente.

  • Sorteer voor op de toekomst en begin nu al met een omgevingsvisie.
  • Kijk integraal naar RO-vraagstukken en organiseer de gemeentelijke organisatie ook zodanig.
  • Werk actief aan een cultuur van ‘over de schutting heen kijken’ en gebruik daarbij beproefde veranderkundige methodes.
  • Train medewerkers in de competenties (zie onder meer de uitgangspunten) die nodig zijn bij het werken met de nieuwe Omgevingswet.
  • Neem ook het huidige bestuur mee in de ontwikkelingen via bijvoorbeeld lunchsessies en sorteer hen voor op een andere rol (met name in kleinere gemeenten is dit belangrijk, bijvoorbeeld omdat wethouders soms bovenop de vergunningverlening zitten).
  • Zorg dat het gegevensbeheer op orde en geheel gedigitaliseerd is.
  • Investeer in de relatie met lokale partners (met name provincie, waterschap en regiogemeenten) en doe dit vroeg in het proces. Onze extra tip daarbij is om samen op te trekken bij kennisontwikkeling over de nieuwe Omgevingswet door het beleggen van gezamenlijke workshops en mini-seminars.

Auteur(s):

Erwin van de Pol